Onderhoudsbijdrage na echtscheiding

 

1. Algemeen

De wet van 27 april 2007 tot hervorming van de echtscheiding heeft de “schuldloze” echtscheiding ingevoerd.

Deze wet bepaalt dat elke ex-echtgenoot recht heeft op onderhoudsgeld van de andere ex-echtgenoot indien wordt aangetoond dat hij of zij behoeftig is zonder dar er een fout in hoofde van de onderhoudsplichtige echtgenoot moet worden aangetoond.

Drie uitzonderingen

Op deze regel zijn er echter drie uitzonderingen waardoor de onderhoudsgerechtigde echtgenoot geen aanspraak kan maken op een onderhoudsbijdrage na echtscheiding, ook al is hij of zij behoeftig:

  • zware fout (dit kan overspel zijn, rekening houdend met de concrete omstandigheden of het gebruiken van geweld op de kinderen),
  • fysiek partnergeweld
  • en vrijwillig veroorzaakte staat van behoefte.

De ex-partner die onderhoudsgeld vordert kan niet langer stellen dat hij of zij de levensstandaard van tijdens het huwelijk moet kunnen handhaven, zoals voor de wet van 2007 gold.

Het onderhoudsgeld

Het bedrag van het onderhoudsgeld is beperkt tot één/derde van de netto-inkomsten van de ex-partner, net zoals voor de wet van 2007.

Bij de toekenning van het onderhoudsgeld houdt de rechtbank rekening met de inkomsten en mogelijkheden van echtgenoten en de aanzienlijke economische terugval in hoofde van de onderhoudsgerechtigde echtgenoot.

Wat ook nieuw is, is dat het onderhoudsgeld wordt beperkt in tijd: de onderhoudsgerechtigde partner kan het onderhoudsgeld genieten maximaal even lang als de duur van het huwelijk. Bijvoorbeeld: was men gedurende 10 jaar gehuwd, dan kan men slechts 10 jaar onderhoudsgeld genieten. Enkel in buitengewone omstandigheden kan de rechtbank beslissen deze termijn te verlengen.

2. Casus bij wijze van voorbeeld

Een echtpaar is gedurende 23 jaar gehuwd. De vrouw heeft geen inkomen terwijl de man ambtenaar is. Op een bepaald ogenblik verlaat mijnheer de echtelijke woonst om met een andere vrouw te gaan samenleven. Van de ene dag op de andere valt mevrouw dus zonder inkomsten zodat zij in eerste instantie haar toevlucht dient te zoeken bij het OCMW. Na uitspraak van de echtscheiding stelt mevrouw een vordering in tot het bekomen van een onderhoudsuitkering na echtscheiding. De rechtbank stelt vooreerst vast dat mevrouw in een staat van behoeftigheid verkeert. De opbrengst van de gezinswoning, die zal worden verkocht, heft haar behoeftigheid volgens de rechtbank, niet op. Bovendien is zij, gelet op haar leeftijd - 65 jaar - en het feit dat zij hulp nodig heeft van derden wegens haar gezondheidstoestand, niet meer beschikbaar voor de arbeidsmarkt. De rechtbank besluit dat mevrouw niet in staat is om zich een inkomen te verschaffen dat haar in staat stelt de gemeenrechtelijke grens van behoeftigheid te dekken, en veroordeelt de heer tot betalen van een uitkering na echtscheiding. Deze uitkering is weliswaar beperkt tot een periode van 23 jaar, hetzij de periode tussen de datum van het huwelijk en de ontbinding ervan.

3. Besluit

Ingevolge de nieuwe wet van 2007 werd de fout als grond tot echtscheiding afgeschaft, op enkele uitzonderingen na. Dit heeft de nodige implicaties tot gevolg voor de uitkering na echtscheiding.

Het criterium voor het bekomen van een onderhoudsuitkering na echtscheiding is niet langer de schuld, maar de behoeftigheid.

Ook het feit dat het onderhoudsgeld enkel kan toegekend worden voor een duur die de duur van het huwelijk niet overschrijdt is een belangrijke innovatie.

Toch dient nog steeds voor ogen gehouden te worden dat “overspel” nog steeds gevolgen kan hebben op alimentair vlak ...

Ga terug naar Nieuws & blog