Hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening en verdeling


Velen onder ons zullen in hun leven geconfronteerd worden met een procedure van gerechtelijke vereffening en verdeling van een onverdeeldheid, indien men niet op een minnelijke manier tot een uit onvederdeeldheidtreding kan komen. Denk maar aan de onverdeeldheid die kan bestaan tussen broers en zussen na het overlijden van één of van beide ouders of deze bestaande tussen voormalige echtgenoten met betrekking tot de gezinswoning na echtscheiding.

In het verleden konden dergelijke procedures jaren aanslepen ...
Onder druk van Europa - Frankrijk werd immers veroordeeld door het Europees Hof voor de Rechten van Mens om reden dat lidstaten hun procedure van vereffening-verdeling zo moeten regelen dat deze binnen een redelijke termijn moet worden afgehandeld - kwam de wet van 13 augustus 2011 tot stand.
Deze wet is in werking getreden op 1 april 2012.
De grote krachtlijnen en doelstellingen van de wet zijn de versnelling van de procedure, de aanstelling van slechts één notaris-vereffenaar, de mogelijkheid voor partijen om definitief bindende akkoorden te sluiten zowel voor de rechtbank als voor de notaris-vereffenaar en de mogelijkheid voor de notaris-vereffenaar om zich in elke fase van de procedure tot de rechtbank te wenden in geval van geschillen en moeilijkheden.

Het versnellen van de procedure wordt bereikt door de invoering van een tijdschema. Daar waar één der partijen voorheen de procedure kon “boycotten”, is dit thans niet meer mogelijk. Partijen kunnen, samen met de notaris, zelf een tijdschema overeenkomen en indien er geen akkoord is kan men terugvallen op de termijnen bepaald in de wet.

Onder de vorige wetgeving werd er één notaris-vereffenaar aangesteld en steeds een tweede notaris om de weigerende en niet-verschijnende partijen te vertegenwoordigen. Thans is men daarvan afgestapt en werd de procedure vereenvoudigd doordat men nu in principe slechts één notaris-vereffenaar aanstelt. Vertragingen ingevolge de moeilijke coördinatie van de agenda’s van beide notarissen onder de oude wet worden nu vermeden. Slechts in uitzonderlijke gevallen worden nog twee notarissen aangesteld.

Ook de actieve rol van de notaris wordt versterkt.
Enerzijds is er de mogelijkheid om in iedere fase van de procedure deelakkoorden te sluiten onder impuls van de notaris, anderzijds  wordt de onderzoeksbevoegdheid van de notaris uitgebreid.
Dit laatste impliceert dat de notaris niet langer afhankelijk is van de gegevens die partijen bijbrengen, doch dat hij zelf inlichtingen kan opvragen bij derden, zonder machtiging hiertoe van de rechter of van de partijen.
Wanneer een partij onwillig is om bepaalde stukken bij te brengen, kan de notaris zich ook tot de rechter wenden.

Er zijn nog diverse andere wijzigingen die tot doel hebben vertragingen in de procedure te voorkomen, ondermeer de mogelijkheid om onroerende en roerende goederen gelegen in het buitenland van de verdeling uit te sluiten of de bevoegdheid toegekend aan de notaris om een andere notaris aan te duiden die territoriaal bevoegd is om bepaalde rechtshandelingen te stellen ingeval hij zelf onbevoegd zou zijn zonder dat hij zich hiertoe tot de rechtbank dient te wenden.

Men kan besluiten dat de wet van 13 augustus 2011 een volledige vernieuwing van de procedure van gerechtelijke vereffening en verdeling met zich meebrengt, met als doel de afhandeling van deze procedure binnen een redelijke termijn.
Een blokkering van het dossier door een onwillige partij kan vermeden worden en aan partijen worden diverse instrumenten aangeboden om zelf tot een akkoord te komen, onder toezicht en impuls van de notaris-vereffenaar die een zeer actieve rol wordt toebedeeld.

Hopelijk wijst de praktijk uit dat de doelstellingen van de wetgever zullen worden bereikt.

Ga terug naar Nieuws & blog